logo

Het voorkomen van Phytophthora gevoeligheid in aardappelen


In de jaren 80 en 90 uitgevoerd onderzoek wees uit dat er behalve de siderische Maanwerking (zie Maria Thun, onderzoekster biologisch-dynamische landbouw) er ook een siderische Zonwerking op landbouwgewassen is. Bovendien werken beiden op meerdere niveaus van de cultuurgewassen. Hier volgt in het kort hoe dat van belang is voor het voorkomen van de Phytophthora gevoeligheid in aardappelen.

De aardappel vormt ondergronds het product en dat vraagt volgens onderzoek van Maria Thun grondbewerking met de Maan in een Aardebeeld. Er zijn echter diverse gewasgroepen die ondergronds het product vormen. De knolgewassen, waartoe de aardappel behoort, is daar één van en om de specifiek zwellende groeiwijze daarvan te ondersteunen, is het van belang de aardappel grondbewerking te geven als de Zon in een Waterbeeld staat, zoals de Zon-Vissen periode van 10 maart tot 19 april. Wanneer die grondbewerkingsperiode echter jaarlijks eenzijdig gebruikt wordt, ontstaat er een te eenzijdige gezwollen groeiwijze en neemt daarmee de Phytophthora gevoeligheid toe. Om dat te voorkomen moeten ook andere aspecten van de plant ondersteund worden, zoals het fijne en delende aspect dat aardappels vertonen. Dit kan doormiddel van grondbewerking met de Zon in een Luchtbeeld - dit versterkt het fijne aspect - en de Maan in een Vuurbeeld - dit versterkt de deling van de plant, dus de vermeerdering van de knollen. Met de versterking van die twee kwaliteiten neemt tegelijkertijd de gevoeligheid voor Phytophthora sterk af.

Bij de toepassing hiervan zijn er echter praktische problemen en hierin ligt de praktische oorzaak van structurele Phytophthora. In het voorjaar is de enige optie voor een Zon-Lucht periode de Zon-Waterman periode van 15 februari tot 10 maart. In Nederland kan deze periode alleen in bijzondere omstandigheden voor grondbewerking benut worden, zoals op hoge en vroeg droge zandgronden in bijvoorbeeld Zuid Nederland. Een andere optie is de Zon-Weegschaal periode van 1 tot 19 november. Dit is een korte periode en wordt daarom bij blinde toepassing weinig gebruikt. Met bewuste toepassing van één van deze perioden kan echter voor aardappelen veel bereikt worden. Daarbij moet wel de grondbewerking op Maan-Vuur dagen uitgevoerd worden. Als dit bijvoorbeeld door weersomstandigheden een keer niet lukt, kan dit omgewisseld worden met een Maan-Aarde dag, die anders in de Zon-Vissen gebruikt wordt. Beide Maan perioden moeten een keer aan bod komen. Aanbevolen wordt in de Zon-Vissen periode van 10 maart tot 19 april de aanvullende plantbedbewerking uit te voeren. Grondbewerking in de periode van 19 april tot 14 mei geeft een hoge Phytophthora gevoeligheid en wordt om die reden afgeraden. Het is daarom beter ook het aanaarden in de Zon-Vissen periode uit te voeren, dus meestal direct na het planten.


Ook voor ondersteuning van de rasspecifieke kwaliteiten is het mogelijk passende grondbewerkingsperioden te kiezen, waarmee de rasspecifieke eigenschappen versterkt worden en rasspecifieke problemen voorkomen worden. Het meest efficiënt daarbij is rassen te kiezen die passen bij de eigen meest favoriete grondbewerkingsperioden. Dit kan op basis van het knoltype en het gewastype. Sommige knol- en gewastypen passen bij de zelfde hiervoor genoemde Zon- en Maanperioden en hebben dus enkel die twee grondbewerkingsperioden nodig.

Meer informatie over de inzet van rassen, het voorkomen van Phytophthora in aardappelen en soortgelijke toepassing bij andere gewassen vindt u in de Instructiemap bij de Maandelijkse Grondbewerkingskalender en de boekuitgave De werking van de siderische Zon en Maan in de landbouw van Hans Bruinsma.

Donateurschap met maandelijks grondbewerkingsbericht en kalender.
Opgave donateurschap

Informatie grondbewerkingskalender


De werking van de siderische zon en maan in de landbouw
Hier te bestellen

© Stichting Agrikos - Agricultuur & Kosmos
Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2010